Uitspraak
De procedure
De feiten
Hetgeschil
De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
Nationale-Nederlanden had een hypothecaire lening verstrekt aan een eigenaar die niet aan zijn verplichtingen voldeed, waarna een executoriale verkoop van diens woning was aangezegd. Nationale-Nederlanden vorderde in kort geding dat de burgemeester en de gemeente verplicht zouden worden een machtiging tot binnentreden af te geven aan de politie, zodat een bezichtiging van de woning kon plaatsvinden.
De burgemeester weigerde de machtiging af te geven omdat het juridische kader nog nader onderzocht moest worden. Nationale-Nederlanden stelde dat het niet afgeven van de machtiging onrechtmatig was en baseerde haar vordering op artikel 6:162 BW Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester geen procesbevoegdheid heeft en dat de gemeente als formele partij moet optreden.
Verder overwoog de rechtbank dat tegen het besluit van de burgemeester bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat en dat de burgerlijke rechter in beginsel niet bevoegd is om in deze zaak te oordelen. Daarom verklaarde de rechtbank Nationale-Nederlanden niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Nationale-Nederlanden is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot afgifte van een machtiging tot binnentreden.