Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verweerder
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Prorail BV, te Utrecht,
Procesverloop
Overwegingen
.Daargelaten dat het gaat om toekomstige wetgeving waarop thans geen geslaagd beroep kan worden gedaan, is de rechtbank van oordeel dat verweerder geen onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip ‘persoonlijke beleidsopvatting’ als bedoeld in artikel 1, onder f van de Wob bij zijn beoordeling of de openbaarmaking van de feitelijke informatie op grond van artikel 11 van Pro de Wob mogelijk is. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- draagt verweerder op van document 4, pagina 2 en 3 en document 9, pagina 1 alsnog een gelakte en ongelakte versie over te leggen;
- draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het in rechtsoverweging 24 genoemde gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.