Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 september 2017;
- het proces-verbaal van de comparitie van 18 januari 2018.
2.De beoordeling
1.086,00(2,0 punten × tarief € 543,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De eiser gebruikte vanaf 2001 het antidepressivum Seroxat, geproduceerd door GlaxoSmithKline, en lijdt sindsdien aan ernstige psychiatrische klachten met suïcidepogingen. Hij vordert een verklaring voor recht dat GlaxoSmithKline aansprakelijk is voor de schade door het niet waarschuwen voor ernstige bijwerkingen, primair op grond van productaansprakelijkheid en subsidiair onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat de absolute vervaltermijn voor productaansprakelijkheid is verstreken en deze niet doorbroken kan worden, ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid. De vordering op grond van onrechtmatige daad is niet verjaard, omdat de eiser niet langer dan vijf jaar bekend was met de aansprakelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat GlaxoSmithKline vanaf circa 2000 wist dat paroxetine bij jongeren nauwelijks effectief was en ernstige bijwerkingen zoals zelfmoordgedrag kon veroorzaken, maar hier niet tijdig voor waarschuwde. Ondanks interne kennis en onderzoeksmateriaal, waaronder Study 329 en Study 377, volgde pas in 2003 een waarschuwing. Dit handelen is onrechtmatig jegens gebruikers zoals eiser.
De rechtbank wijst de verklaring voor recht toe en veroordeelt GlaxoSmithKline tot vergoeding van de schade, die nog nader vastgesteld moet worden. Ook worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen.
Uitkomst: GlaxoSmithKline is aansprakelijk voor schade door niet tijdig waarschuwen voor ernstige bijwerkingen van Seroxat bij jongeren en wordt veroordeeld tot schadevergoeding.