Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair) op 26 maart 2015 te Utrecht samen met (een) ander(en) een inbraak in een bedrijfspand gelegen aan de [adres] heeft gepleegd en daarbij een hoeveelheid contant geld en/of (een) VVV-bon(nen) en/of (een) laptop(s) en/of een computermuis en/of een adapter en/of een creditcard en/of een laptoptas heeft/hebben weggenomen; dan wel
subsidiair) dat hij toen samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd in dat pand in te breken;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
:AAHE3114NL#01
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
telkenshet volgende strafbare feit op:
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
6 maanden;