ECLI:NL:RBMNE:2018:1746

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
25 april 2018
Zaaknummer
C/16/458900 / JE RK 18-783
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 JeugdwetArt. 493 Wetboek van StrafvorderingArt. 37 IVRK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ondanks strafrechtelijke voorlopige hechtenis

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden Nederland om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige die momenteel in voorlopige hechtenis is. De minderjarige verblijft op een geheim adres binnen het arrondissement Midden-Nederland en staat onder ondertoezichtstelling tot november 2018.

Eerder was een machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen vanwege de strafrechtelijke detentie, maar de kinderrechter overweegt dat zonder machtiging de voorlopige hechtenis niet geschorst zal worden, wat leidt tot een onnodige verlenging van de detentie. Dit is in strijd met wettelijke en internationale verplichtingen om voorarrest zo kort mogelijk te laten duren.

De kinderrechter besluit daarom een spoedmachtiging te verlenen voor vier weken, met het oog op een nader te houden zitting waarin alle betrokkenen worden gehoord. Hiermee wordt beoogd de minderjarige zo snel mogelijk in een passende gesloten jeugdhulpvoorziening te plaatsen en onnodige detentieverlenging te voorkomen.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor vier weken ondanks strafrechtelijke voorlopige hechtenis.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Zittingsplaats: Utrecht
zaakgegevens : C/16/458900 / JE RK 18-783
C/16/458901 / JE RK 18-784
datum uitspraak: 20 april 2018

beschikking spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden Nederland,hierna te noemen de GI,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
betreffende
[naam minderjarige], geboren op [2001] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[A] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een geheim adres binnen arondissement Midden-Nederland.
De kinderrechter merkt als informant aan:

[B] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Gezien het mondelinge verzoek van 20 april 2018 en de stukken, waaronder:
- het verzoek met bijlage(n) van de GI van 20 april 2018, ingekomen ter griffie op 20 april 2018.
Aan [voornaam van minderjarige] is als raadsman toegevoegd, mr. B.J. de Bruijn, advocaat te Den Haag.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam van minderjarige] verblijft thans in [verblijfplaats] [woonplaats] .
Bij beschikking van 22 november 2017 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd tot
30 november 2018. De kinderrechter heeft bij beschikking van 22 november 2017 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 30 mei 2018.

Het verzoek

De GI heeft een spoedmachtiging verzocht om [voornaam van minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van 4 weken.
Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit de verklaring van
5 april 2018.
De GI heeft – zakelijk weergegeven – de volgende informatie aan haar verzoek ten grondslag gelegd:
Precies een week geleden, op 13 april 2018, heeft de kinderrechter een verzoek machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen enkel om de reden dat [voornaam van minderjarige] strafrechtelijk gedetineerd is, onder verwijzing naar de beslissing van de het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van
8 februari 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:555). In die beschikking van 13 april jl. is overwogen dat overigens aan de vereisten voor een gesloten machtiging is voldaan. De kinderrechter heeft toen daarbij uitdrukkelijk overwogen dat de GI bij (uitzicht op) schorsing van de gevangenhouding een nieuwe (spoed)machtiging kan verzoeken, wanneer op dat moment aan de gronden voor een opname en verblijf in de gesloten jeugdhulp wordt voldaan. De GI heeft thans aangegeven dat de advocaat van [voornaam van minderjarige] een schorsingsverzoek zal indienen bij de raadkamer in de rechtbank Gelderland waar de strafzaak kennelijk loopt. De GI heeft ook aangegeven dat uit het proces-verbaal van de zitting van de vordering gevangenhouding blijkt dat de officier van justitie heeft aangegeven dat het civiele traject de voorkeur heeft.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.
De kinderrechter constateert dat [voornaam van minderjarige] momenteel in het kader van voorlopige hechtenis strafrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd. Behalve de informatie als hierboven weergegeven weet de kinderrechter niets van de strafzaak. De kinderrechter ziet zich genoodzaakt een inschatting te maken van de situaties dat de verzochte machtiging wel en niet wordt verleend. De kinderrechter schat in dat indien een machtiging gesloten jeugdhulp verleend is, de voorlopige hechtenis geschorst zal worden. Anderzijds schat zij in dat de raadkamer zonder machtiging gesloten jeugdhulp niet zal schorsen. Als de kinderrechter ook thans geen machtiging gesloten zal afgeven in verband met de vrijheidsbeneming van [voornaam van minderjarige] in het kader van het strafrecht ontstaat een de volgende situatie. De strafrechter zal dan wachten op de ots-rechter en die ots-rechter zal dan weer wachten op de strafrechter, met als resultaat dat [voornaam van minderjarige] langer in een [verblijfplaats] verblijft. De kinderrechter overweegt dat een dergelijke gang van zaken in strijd met de wettelijke en internationale verplichtingen het voorarrest en de jeugddetentie zo kort mogelijk te laten duren (artikel 493 Wetboek Pro van Strafvordering en artikel 37 IVRK Pro).
Door de GI is aangevoerd dat de situatie overigens ongewijzigd is en er is geen reden aan te nemen dat de situatie van [voornaam van minderjarige] gedurende een week verblijf in een [verblijfplaats] zodanig zal zijn gewijzigd dat op dit moment niet aan de wettelijke vereisten voor een reguliere machtiging zal zijn voldaan. Gelet op het belang van beperking van de duur van het verblijf in een [verblijfplaats] in het kader van het voorarrest en omdat [voornaam van minderjarige] vorige week nog gehoord is op een regulier verzoek en daar achter stond, is de kinderrechter van oordeel dat een behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige.
De verzoeker en de belanghebbende(n) worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting. In afwachting van deze zitting zal de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 20 april 2018 voor de duur van vier weken, te weten tot 18 mei 2018, betreffende de minderjarige [voornaam van minderjarige] ;
bepaalt dat de verzoeker, [voornaam van minderjarige] , mr. B.J. de Bruijn en de overige belanghebbende(n) zullen worden gehoord ter zitting van
1 mei 2018 om 11.00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1.
Deze beslissing is mondeling gegeven op 20 april 2018 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, en op 23 april 2018 vastgelegd in de beschikking en ondertekend door in tegenwoordigheid van M. Vos als griffier.