Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ingekomen op 3 oktober 2017, aangevuld met het testament van erflaatster van 4 december 2007;
- het verweerschrift ingekomen op 15 februari 2018.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, erfgenaam in de nalatenschap van de overledene, verzocht om ontslag van de executeur op grond van artikel 4:149 lid 2 BW Pro, stellende dat de executeur weigerde schenkingen te erkennen en geen deugdelijke boedelbeschrijving had opgesteld. De executeur stelde dat de executele was geëindigd omdat hij zijn taken had voltooid, waaronder het opmaken van een boedelbeschrijving, voldoen van schulden, doen van aangifte erfbelasting en afleggen van rekening en verantwoording.
De kantonrechter overwoog dat de executeur zijn taak had vervuld conform artikel 4:146 lid 2 BW Pro en dat een boedelbeschrijving niet vereist is waarmee alle erfgenamen het eens zijn. De aangifte erfbelasting werd als voldoende adequaat beschouwd. De executeur had ook rekening en verantwoording afgelegd. De executele is daarmee geëindigd, zodat het verzoek tot ontslag en andere verzoeken niet aan de orde waren.
De kantonrechter oordeelde dat het geschil over de kwalificatie van de overboekingen als schenkingen of voorschotten niet in deze procedure kan worden behandeld. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten van €904 exclusief BTW. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de executeur wordt afgewezen omdat de executele is geëindigd en de executeur zijn taak heeft vervuld.