Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Bewezenverklaring
in de periode van 1 januari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander,
in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander,
in de periode van 29 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten haar ( [slachtoffer 2] ) ouders), immers heeft verdachte en/of zijn mededader zonder medeweten en/of toestemming van haar ( [slachtoffer 2] ) ouders,
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Het beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
feit 3 en feit 4ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan
vrij.
32 maanden.
10 maandenvan deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
5 jaarvast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.
- dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.