Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 augustus 2017;
- de akte van Q-Park met het verzoek om de procedure te royeren;
- de antwoordakte van [gedaagde] met verzoek om een proceskostenveroordeling.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert Q-Park betaling van parkeerkosten van gedaagde, die de parkeergarage gebruikte om te keren na per ongeluk een verkeerde afslag te hebben genomen. De kantonrechter heeft Q-Park opgedragen bewijs te leveren van wilsovereenstemming voor de overeenkomst. Q-Park verzoekt vervolgens de procedure door te halen, wat gedaagde betwist en vergoeding van werkelijke proceskosten eist.
De kantonrechter overweegt dat Q-Park als in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van gedaagde moet vergoeden, maar dat vergoeding van de werkelijke kosten alleen toewijsbaar is bij misbruik van procesrecht. Dit is niet het geval omdat Q-Park niet kon verwachten dat gedaagde slechts kort in de garage verbleef om te keren, wat een uitzonderlijke situatie betreft. Bovendien had gedaagde kunnen reageren op de aangetekende brief om de procedure te voorkomen, maar deed dit niet.
De kantonrechter veroordeelt Q-Park tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, begroot op €150 aan salaris gemachtigde. Hiermee wordt een rechtvaardige afwikkeling van de procedure bereikt zonder aanwijzing van misbruik.
Uitkomst: Q-Park wordt veroordeeld tot betaling van beperkte proceskosten aan gedaagde, geen misbruik van procesrecht vastgesteld.