Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“De uitkering is beëindigd he, dat weet u.
”Vervolgens begint mevrouw K. uit te leggen dat zij de vorige dag bij haar zusje was en dat zij daarom niet thuis was voor het huisbezoek. Mevrouw K. zegt dat 15 minuten echt niet te redden was. Eiseres zegt dat zij en [(Z)] er om vijf over half twaalf waren en dat zij tot kwart over twaalf hebben gewacht. Eiseres vervolgt:
“dat is drie kwartier, u had het kunnen kruipen zelfs.”Ondertussen zegt [(Z)] tegen mevrouw K. dat zij haar handtekening mag zetten. [(Z)] herhaalt later dat mevrouw K. mag tekenen als zij het huisbezoek toestaat. Mevrouw K. tekent vervolgens het formulier. Eiseres, mevrouw K. en [(Z)] lopen vervolgens naar een kamer. [(Z)] vraagt:
“Dit is de kamer van uw zoon?”. Mevrouw K. zegt dat dit niet zo is en dat haar zoon daar niet woont. [(Z)] zegt vervolgens:
“Uw zoon woont wel hier, dat weten we.”Mevrouw K. zegt vervolgens dat haar zoon er alleen is voor de brievenbus. [(Z)] reageert daarop met:
“Nee dat is niet zo.”Eiseres vraagt mevrouw K. vervolgens om een doosje met medicijnen te pakken en kijkt in de doosjes medicijnen die mevrouw K. aan haar heeft overhandigd. Eiseres bekijkt de paracetamol met codeïne en constateert dat mevrouw K. in een half jaar tijd zeven tabletjes heeft geslikt. Eiseres zegt:
“Dus u heeft niet zo heel vaak pijn.”Mevrouw K. zegt in reactie dat de pillen voor de kies zijn. Voor de pijn heeft zij een andere. Eiseres vraagt mevrouw K. of haar kiezen zijn getrokken. Mevrouw K. antwoordt bevestigend, waarop eiseres zegt: “
Ja, Welke? Welke kies? Laat eens kijken?”Mevrouw K. weigert. Eiseres vraagt vervolgens waarom dit niet van mevrouw K. mag. Mevrouw K. zegt dat zij bij de tandarts kunnen kijken. Eiseres vervolgt:
“U kunt toch laten zien dat er een kies ontbreekt?”Mevrouw K. zegt dat zij dat niet hoeft, omdat zij dat moeten onderzoeken. Eiseres reageert:
“Ja, daarom, ik onderzoek het ook. Laat eens kijken.”Even later hebben eiseres en [(Z)] het over de aangetroffen medicatie. Eiseres zegt:
“Methadon.”Daarop begint mevrouw K. iets uit te leggen. [(Z)] onderbreekt haar en zegt:
“Mevrouw, u kunt hele mooie verhalen ophangen. Wij hebben al heel lang onderzoek gedaan en wij weten dat uw zoon hier zit. Dat weten we al.”Mevrouw K. ontkent, waarop [(Z)] en eiseres allebei zeggen
“U heeft gisteren alles geregeld.”
“Terugkijkend op het filmpje had ik wel een aantal zaken anders moeten verwoorden. Zoals de zinsnede over het kruipen. Die had ik niet moeten maken. Er zitten een aantal ongelukkige woordkeuzes van mij in.”Eiseres heeft in dit gesprek verklaard met betrekking op de vraag waarom zij aan mevrouw K. een uitlating doet over het aantal gebruikte pilletjes: “
Ik weet niet meer precies wat de achterliggende gedachten van mij waren. Ik zal een reden hebben gehad voor mijn uitlating. Dit was best een specifieke handeling, een bepaalde uitlating van mij. Maar er zal een reden voor zijn geweest.”Op de vraag waarom zij mevrouw K. heeft gevraagd om te laten zien welke kies er is getrokken heeft eiseres geantwoord:
“Ik had het gevoel dat deze mevrouw niet helemaal eerlijk was. Ik wilde de waarheid achterhalen. Ik twijfelde aan haar verhaal over de kies. U vraagt wat ik dan bedoelde met mijn vraag over de kies? Tja. Ik geloofde haar gewoon niet. Ons werk bestaat uit het stapelen van bewijslast. Daar zal dit onderdeel van uit hebben gemaakt. Ik vind dat deze vragen van mij over de kies op het randje zijn, maar niet over het randje. Er zit een plausibel verhaal achter, anders stel ik die vragen niet. Ik blijf inderdaad doorvragen naar de kies. Maar dat doorvragen is voor ons gebruikelijk. De vraag naar de kies gaat ver, juist daarom zal er een reden voor zijn geweest. Ik besef best wel dat zo’n vraag ver gaat. Daarom moet er een reden voor zijn geweest.”
Beslissing
mr. M.E. Falkmann , leden, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.