Verweerder heeft op grond van artikel 2.1.4.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een vergunning verleend voor de wegafsluiting van het Noordse Bosje in Hilversum. Verzoeksters, waaronder Aldi Vastgoed B.V. en Aldi Culemborg B.V., hebben bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening verzocht vanwege omzetverlies door de afsluiting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster 1 geen rechtstreeks belang heeft en daarom niet-ontvankelijk is. Verzoeksters 2 en 3 hebben wel een rechtstreeks belang, maar hebben geen spoedeisend belang aangetoond, aangezien het financieel belang op zichzelf onvoldoende is en zij geen aannemelijk bewijs van een financiële noodsituatie hebben geleverd.
Hoewel het primaire besluit gebreken vertoont, zoals onduidelijkheid over de grondslag en de termijn van de vergunning en gebrekkige bekendmaking, acht de voorzieningenrechter deze gebreken herstelbaar in de bezwaarprocedure. De wegafsluiting is bereikbaar via een omweg en de belangenafweging kan alsnog plaatsvinden.
De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken van verzoeksters 2 en 3 af en verklaart het verzoek van verzoekster 1 niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.