Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
2 maart 2016 bijstand verleend naar de gehuwdennorm.
Overwegingen
2 maart 2016 onbekend is. Eisers hebben over januari 2016 namelijk bijstand naar de norm van een alleenstaande ontvangen. In februari 2016 hebben eisers geen inkomsten gehad. Dit betekent dat het inkomen van eisers dus lager is dan 115% van de bijstandsnorm en eisers voldoen aan de beleidsvoorwaarde voor toekenning van bijzondere bijstand.
De rechtbank volgt eisers niet in hun betoog. Vaststaat dat eisers per 1 januari 2016 samenwonen, dat eiseres’ bijstand per 1 januari 2016 is ingetrokken en dat eisers pas vanaf 29 februari 2016 bijstand naar de gehuwdennorm hebben ontvangen. Met betrekking tot de tussenliggende periode van 1 januari 2016 tot 29 februari 2016 is dus onbekend welke inkomsten eisers hebben gehad. Met betrekking tot het inkomen van eiser in de periode vóór 1 januari 2016 bestaat - gelet op de verklaring van eiser dat hij klussen voor vrienden en bekenden heeft verricht - ook onduidelijkheid. Hoewel eiser heeft gesteld dat dit onbetaalde klussen zijn geweest, heeft hij dit niet met objectiveerbare bewijsstukken aangetoond. Bovenstaande betekent dat niet kan worden vastgesteld of eisers ten tijde van de aanvraag voldeden aan de beleidsvoorwaarde van gedurende minimaal één jaar een inkomen op het niveau van maximaal 115% van de geldende bijstandsnorm zodat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Beslissing
- Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit besluit vanwege strijd met artikel 7:2, eerste lid, van de Awb;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het in beroep betaalde griffierecht ter hoogte van € 46,- vergoed;