Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank overweegt in navolging van de voorzieningenrechter dat eiser niet heeft ontkend dat er op 18 oktober 2014 prostitutie zou hebben plaatsgevonden in het hotel als de inspecteur zich niet had bekendgemaakt. Dat er sprake was van illegale prostitutie heeft eiser ook niet ontkend.(..)”. Daar komt bij dat de heer [A] in het verleden niet een volledige en juiste hoteladministratie heeft bijgehouden, wat verder afbreuk doet aan zijn betrouwbaarheid, aldus verweerder. Vanwege de vermoedelijke betrokkenheid bij illegale prostitutie bestaat volgens het Bureau verder een mindere mate van gevaar dat de beschikkingen mede zullen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet bibob.