Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
Op dinsdag 16 maart 2016, omstreeks 02.30 uur, hebben wij verbalisanten een nader onderzoek ingesteld naar aanleiding van een ANPR hit op het voertuig van verdachte. (..) Op dinsdag 16 maart 2016 omstreeks 03.00 uur zijn wij naar het adres van de tenaamgestelde gereden en troffen aldaar de tenaamgestelde aan. Op dinsdag 16 maart 2016, omstreeks 03.05 uur kwam er een persoon aan lopen welke wij, direct herkenden als zijnde de bestuurder van de BMW welke er vandoor was gegaan.(..)”.
Verder heeft verweerster verwezen naar een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2016 (proces-verbaalnummer: PL2600-2016016841-11) waaruit volgens verweerster de herkenning door twee verbalisanten (“politieduo 1”) blijkt. Hierin staat onder meer het volgende vermeld:”(..)
“Zagen wij het voertuig een BMW rijden en volgden wij het kort waarbij opviel dat het voertuig het ene moment 100 kilometer per uur reed en kort daarop bijna 180 kilometer per uur waarna het weer afremde en 100 kilometer per uur ging rijden. Om te voorkomen dat er gevaar zou ontstaan tijdens het passeren hebben wij de blauwe flitsers en de zwaailamp aangezet om ons kenbaar te maken als politie. Wij zagen dat het voertuig remde door de remlichten van het voertuig die oplichtten. Het voertuig verplaatste zich van rijstrook twee naar rijstrook vier en minderde vaart. Wij zijn voorzichtig het voertuig gepasseerd en hebben meteen gekeken wie en hoeveel personen in het voertuig zaten, tijdens deze passage keek de bestuurder ons indringend aan.”
De aanwezige collega’s hadden al meerder keren aangebeld bij het genoemde adres echter werd er niet open gedaan. Op genoemde dag, datum en tijd kwam er een jonge man aanlopen welk richting genoemd adres liep. Ik, verbalisant hoorde de man zeggen: “hallo, wat zijn jullie aan het doen. Ik woon hier”. Ik verbalisant heb de man staandegehouden (..). Ik, verbalisant herkende de man als zijnde bestuurder van de BMW welke eerder die avond van ons weg was gereden. Hierbij heeft de man het politie transparant “volgen politie” genegeerd en heeft vervolgens zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. De bestuurder is na een behoorlijke achtervolging weggekomen. Hierbij liepen de snelheden op tot boven de 230 kilometer per uur.(..)”.
“Ik, verbalisant (…), herkende de man als zijnde bestuurder van de BMW welke eerder die avond van ons weg was gereden.”Gezien deze omstandigheden gaat verweerster ervan uit dat eiser de bestuurder van het voertuig was en met zijn gedragingen heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 14, onder a, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid.
Op dinsdag 16 maart 2016, omstreeks 03.05 uur kwam er een persoon aan lopen welke wij, direct herkenden als zijnde de bestuurder van de BMW welke er vandoor was gegaan.(..)”. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2016 (proces-verbaalnummer: PL2600-2016016841-11) volgt weer dat één van de verbalisanten van politieduo 1 met een in dat proces-verbaal niet nader genoemde andere verbalisant naar het adres is gegaan en dat zij beiden eiser hebben herkend als de bestuurder van het voertuig. Er staat immers onder meer het volgende vermeld: “(..)
Terwijl wij bij het voertuig staan en overleggen wat te doen, komt er een man op ons af lopen uit zuid oostelijke richting die wij meteen herkenden als de bestuurder van de BMW.(..)”. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 maart 2016 (proces-verbaalnummer: PL2600-2016016841-6) volgt dat slechts één verbalisant eiser als bestuurder heeft herkend. Uit het proces-verbaal vordering tot overgifte rijbewijs (proces-verbaal nummer:PL2600-2016016841-8) volgt echter weer dat meerdere verbalisanten eiser als bestuurder hebben herkend.
Wat betreft de wijze van herkenning heeft eiser terecht benoemd dat het proces-verbaal niet duidelijk maakt op welke wijze eiser is herkend, er is bijvoorbeeld geen sprake van een signalement. Daarbij spreken de omstandigheden mogelijk juist in het voordeel van eiser. Zo stond de auto geparkeerd voor het huis waar ook de vader en de broer van eiser wonen. Verder kwam eiser aanlopen en had hij niets bij zich wat tot het voertuig te herleiden was, zoals bijvoorbeeld autosleutels. Eiser heeft in dit verband terecht aangevoerd dat in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2016 (proces-verbaalnummer: PL2600-2016016841-11) staat vermeld dat in het voertuig het rijbewijs van de broer in de auto is aangetroffen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van eiser gegrond;
- herroept het besluit van 14 april 2016 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het herroepen primaire besluit;
- veroordeelt verweerster in de proceskosten van de bezwaarprocedure tot een bedrag van € 992,-;
- veroordeelt verweerster in de proceskosten van de beroepsprocedure tot een bedrag van € 992,-.