Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Betr. is fors beperkt voor lang concentreren, verdelen van zijn aandacht, gebruik geheugen en op energetisch vlak. Dit heeft een medische oorzaak die al meerdere maanden speelt. Mijn advies is om hem 2-3 weken de ruimte te geven voor zelfzorg, behandeling en stabilisatie. Daarna zie ik hem terug op het spreekuur om over de verdere reintegratie te spreken. Ik verwijs hem naar BMW.(…) Tav de medisch relevante aspecten kan ik aangeven dat betr. weliswaar toerekeningsvatbaar is (in de strikt medische zin), maar dat het ziektebeeld vanaf begin dit jaar heeft bijgedragen tot geleidelijk toenemende genoemde beperkingen en een zwaarder wegende rol heeft gespeeld in zijn gedrag.”
“Betr. heeft aanhoudend forse beperkingen voor langer concentreren, geheugen en verdelen van aandacht. Deze beperkingen bestonden al enige tijd voor uitval en hangen mn samen met oorzaken buiten het werk.”
“In aanvulling op mijn brief van 14.5.2014 en de ontvangen verantwoording, verklaar ik dat ik medische informatie inzake de diagnose met toestemming van dhr. mag delen en dat ik een overspannenheid (surmenage) heb geconstateerd (en geverifieerd bij de behandelend arts), die ertoe heeft bijgedragen dat dhr [eiser] vanaf begin dit jaar beperkingen heeft tav concentreren, verdelen van aandacht, zaken herinneren en informatie vasthouden. Dit moet op diverse levensgebieden merkbaar zijn geweest (werk en privé). Dit moet onderscheiden worden van een ziektebeeld zoals psychose en manische depressiviteit waarbij de persoon wettelijk niet toerekeningsvatbaar is. Dit neemt niet weg dat mijn beeld is dat dhr [eiser] de afgelopen maanden merkbaar beperkt was in de zgn excecutieve hersenfuncties (planning, regisseren en volgordelijk afhandelen van handelingen en activiteiten). Tot zover mijn input, waarbij ik moet vermelden dat als mijn input onvoldoende bijdraagt tot uw gewenste gegevens- en feitenverzameling en u zeer specifieke medisch informatie nodig heeft u een expertise kunt overwegen door psychiater.”
Beslissing
mr. E.G.J. Broekhuizen, leden van de meervoudige kamer, in aanwezigheid van
mr. P. Bruins-Langedijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
8 juli 2016.