Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Waardering van het bewijs
Hiertoe heeft de raadsvrouw verschillende argumenten naar voren gebracht.
De rechtbank zal deze in het vonnis – op de plaats waar dat relevant is – bespreken en daarbij enkel ingaan op die standpunten die deugdelijk zijn onderbouwd en zijn voorzien van een ondubbelzinnige conclusie.
Toen is hij naar boven gekomen en ook schreeuwen, praten. [3] Toen was het van dit en dat en jij mag het helemaal niet doen, misschien doe je wel wat met de remmen. Toen heb ik nog een keer gezegd van doe es normaal. Ik draai me om en dan wil hij uithalen. Hij wilde van zijn stoel op staan. Ik zag het aan zijn houding. Met die kop tussen de schouders zoals boksers. Dan eropaf. (…) Ik gaf een gooi en toen klapte hij achterover naar de verwarming, op dat randje. [4] Toen heb ik hem nog op zijn hoofd geslagen. [5] Het was een tekkeltje of een kippie, van steen of van beton. [6] Het stond op het aanrecht. [7] Hoe vaak en waar dat zou ik echt niet meer weten. (…) [8]
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
Tot slot schokken dergelijke feiten de rechtsorde en brengen deze in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. De rechtbank rekent verdachte dit alles ernstig aan.
7 jarenmet aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Artikel 8 EVRM Pro noopt - naar de Hoge Raad heeft geoordeeld in het Taxibusarrest - er niet toe dat in de wetgeving wordt voorzien in een recht op (immateriële) schadevergoeding aan de ouder die een kind verliest als gevolg van het onrechtmatig handelen of nalaten van een ander. De Hoge Raad voegde daar in het arrest Vilt (HR 2009: BI 8583) aan toe dat dit niet anders is, als het gaat on (immateriële) schadevergoeding aan de nabestaanden van een opzettelijk misdrijf.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
7 jaren.
[benadeelde 1] (gezamenlijk) voornoemd.