Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser huurde een woning waarbij bemiddeling werd verricht door een vennootschap ([bedrijfsnaam]) die bemiddelingskosten in rekening bracht en ontving. Nadat deze vennootschap haar activiteiten beëindigde, werd een andere vennootschap ([gedaagde]) opgericht en zette de activiteiten voort. Eiser vordert terugbetaling van de bemiddelingskosten van gedaagde, stellende dat gedaagde de rechtsopvolger is van [bedrijfsnaam].
De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van rechtsopvolging onder algemene titel, maar dat eiser voldoende heeft gesteld dat sprake is van vereenzelviging van de vennootschappen. Dit omdat dezelfde persoon achter beide vennootschappen zit, zij dezelfde activiteiten uitvoeren, dezelfde werknemer hebben, en dezelfde werkwijze hanteren. Tevens is vastgesteld dat [bedrijfsnaam] haar activiteiten beëindigde met het oogmerk om eisers verhaalsmogelijkheden te benadelen.
Gedaagde heeft onvoldoende feiten aangevoerd om het vermoeden van misbruik te weerleggen. Op grond van het Rainbow-arrest wordt het misbruik van het identiteitsverschil tussen de vennootschappen aan gedaagde toegerekend. Hierdoor wordt het identiteitsverschil weggedacht en is gedaagde aansprakelijk voor de terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De vordering wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.100,98 inclusief rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde bemiddelingskosten met wettelijke rente en proceskosten.