Uitspraak
- Tenlastelegging
- Voorvragen
- Waardering van het bewijs
- Bewezenverklaring
- De strafbaarheid van het feit
- De strafbaarheid van verdachte
- De eis van de officier van justitie
- Het standpunt van de verdediging
- Het oordeel van de rechtbank
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 april 2016 uitspraak gedaan in de zaak tegen een man die werd verdacht van mensenhandel met een minderjarige in 2012. De verdachte bracht het minderjarige slachtoffer naar een prostitutieafspraak en profiteerde financieel van haar inkomsten. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte het slachtoffer tot seksuele handelingen had gebracht, waardoor hij op dat punt werd vrijgesproken.
Uit het dossier bleek dat verdachte wist van de prostitutie en het slachtoffer regelmatig vervoerde naar afspraken. Ook nam hij geld aan dat afkomstig was uit de prostitutie en maakte hij gebruik van de door het slachtoffer betaalde boodschappen. De rechtbank hield rekening met de kwetsbare positie van het slachtoffer en de meewerkende houding van verdachte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 60 uur en een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 57 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bedrag van €150,- dat uit het misdrijf was verkregen verbeurd verklaard. De straf houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn minder begaafde niveau en een relatief licht strafblad.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur en een gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen voor faciliteren en profiteren van seksuele uitbuiting van een minderjarige.