De werknemer trad in september 2009 in dienst als kamerdame bij de schoonmaakorganisatie. Vanaf maart 2015 meldde zij zich ziek, maar verscheen herhaaldelijk niet op verplichte spreekuren bij de bedrijfsarts en weigerde medewerking aan re-integratie, waaronder het verstrekken van een machtiging voor medische informatie.
De werkgever heeft de werknemer meerdere keren schriftelijk en per aangetekende brief gewaarschuwd en het salaris opgeschort wegens het niet naleven van het verzuimprotocol. Ondanks deze aanmaningen bleef de werknemer onbereikbaar en onwillig tot medewerking.
De kantonrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen is voldaan, zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 5 BW. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van de datum van de uitspraak, zonder toekenning van transitievergoeding vanwege het ernstige verwijt.
De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten, die bestaan uit griffierecht, salaris gemachtigde en explootkosten. Het verzoek tot toekenning van een transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werkgever daartoe geen belang meer heeft.