Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2016 in de zaak tussen
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: - Martho Flexwerk B.V., gevestigd te Emmeloord, en- [derde partij] , wonende te [woonplaats] .
Procesverloop
Overwegingen
1.1 Bij besluit van 14 mei 2013 heeft verweerder aan [derde partij] , handelende onder de naam [naam] , een omgevingsvergunning verleend voor het intern verbouwen en het brandveilig gebruik van het pand. [derde partij] heeft het pand verhuurd aan Martho Flexwerk B.V. Bij uitspraak van 10 december 2013 (ECLI:NL:RBMNE:2013:6244) heeft deze rechtbank het door (onder meer) eisers daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het besluit van 14 mei 2013 heeft de rechtbank in haar uitspraak in stand gelaten. In de uitspraak van 10 december 2013 is geoordeeld dat het (voorgenomen) gebruik van het pand niet in strijd is met het bestemmingsplan Bant (het bestemmingsplan).
Op grond van het derde lid van dit artikel is de eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, de dag waarop twee weken verstreken zijn na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.
De afwijzing van het verzoek om handhaving en de standpunten van partijen
12.3 Op grond van artikel 1.47 van de planregels wordt onder horeca I verstaan een bedrijf dat is gericht op het bieden van logies (hotelbedrijf) en het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook wordt verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro’s, automaten, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfunctie.
Daarnaast is niet inzichtelijk gemaakt op basis van welke gegevens in het verweerschrift is gesteld dat het ook voor passanten mogelijk is om op een aantal dagen per week een maaltijd te nuttigen.
Beslissing
18 maart 2016.