ECLI:NL:RBMNE:2015:9879
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet wegens onjuiste declaraties
De werknemer trad op 1 september 2010 in dienst bij de werkgever met een bruto maandsalaris van €3.313,59 plus 8% vakantietoeslag. Op 4 augustus 2015 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens onregelmatigheden in declaraties, waaronder het indienen van kosten voor maaltijden voor het hele gezin en het declareren van niet-conforme etenswaren. De werknemer voerde aan dat zijn declaraties conform de geldende regels waren en dat het ontslag onterecht was.
Tijdens de mondelinge behandeling erkende de werkgever dat de dubbele tankbeurt op 26 juni 2014 niet langer als grond voor ontslag werd aangevoerd. De kantonrechter oordeelde dat de overige gronden, met name het stelselmatig indienen van onjuiste declaraties, voldoende waren om het ontslag te dragen. Het vertrouwen tussen partijen was hierdoor ernstig geschaad, waardoor van de werkgever niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van het ontslag en het verzoek tot wedertewerkstelling af. Daarnaast werd vastgesteld dat geen sprake was van strijd met artikel 7:671 BW Pro en dat het ontslag rechtsgeldig was. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding en vooruitbetaalde vakantietoeslag, en in de proceskosten. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd toegewezen met ingang van 1 januari 2016, voor het geval het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou blijken.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt als rechtsgeldig bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.