ECLI:NL:RBMNE:2015:9542
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij rijexamen
Verweerster, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), heeft de verklaring van rijvaardigheid van eiser ingetrokken op grond van een onderzoek waaruit blijkt dat een examinator in samenwerking met meerdere rijscholen kandidaten tegen betaling onterecht liet slagen voor het rijexamen.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze intrekking, stellende dat het onderzoek niet op hem persoonlijk is toegespitst en dat hij geen reden ziet voor het vermoeden van fraude. De rechtbank overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is besluiten in te trekken indien aannemelijk is dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig is verleend, met het oog op het beschermen van het verkeersveiligheidsbelang.
De rechtbank concludeert dat eiser voldoet aan meerdere indicatoren die wijzen op onregelmatigheden, waaronder het afleggen van het examen bij een verdachte examinator en via een verdachte rijschool, een grote afstand tussen woonplaats en examenlocatie, en communicatie tussen examinator en rijschoolhouder op de examendatum.
Hoewel eiser zijn keuze voor de rijschool en examenlocatie heeft toegelicht, acht de rechtbank deze onvoldoende om het vermoeden van fraude te weerleggen. Het belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het individuele belang van eiser bij het behouden van zijn rijbewijs.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid.