Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(de rechtbank begrijpt [stichting 1] )de gelden vrij; [66]
(de rechtbank begrijpt: de belegger)een hogere dekkingsgraad heeft; [78]
€ 1.542.100,-- door de obligatiehouders overgemaakt naar de bankrekening van [stichting 1] (rekeningnummer [rekeningnummer] ). [medeverdachte 4] schreef op 24 maart 2010, namens [bedrijf 1] , een inlegger aan om de inleg op de bankrekening van [bedrijf 1] te storten. [87] [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat beleggers schriftelijk is medegedeeld hun inleg op de bankrekening van [bedrijf 1] te storten, omdat [verdachte] € 120.000,-- vanaf de bankrekening van de stichting in zijn eigen zak had gestoken. [88] Op 30 maart 2010, derhalve 6 dagen na de zojuist genoemde brief van 24 maart 2010, wordt van de bankrekening van [stichting 1] € 10.000,00 overgemaakt naar [bedrijf 4] . [89]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
gepleegd.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
meermalen gepleegd.
18 (zegge: achttien) maanden.
6 (zegge: zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (zegge: twee) jarenvast.