Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlasteleggingen
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(de rechtbank begrijpt Stichting [bedrijf 14] )de gelden vrij; [186]
(de rechtbank begrijpt: de belegger)een hogere dekkingsgraad heeft; [198]
€ 1.542.100,-- door de obligatiehouders overgemaakt naar de bankrekening van Stichting [bedrijf 14] (rekeningnummer [rekeningnummer] ). [verdachte] schreef op 24 maart 2010, namens [bedrijf 9] , een inlegger aan om de inleg op de bankrekening van [bedrijf 9] te storten. [282] [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat beleggers schriftelijk is medegedeeld hun inleg op de bankrekening van [bedrijf 9] te storten, omdat [medeverdachte 3] € 120.000,-- vanaf de bankrekening van de stichting in zijn eigen zak had gestoken. [283] Op 30 maart 2010, derhalve 6 dagen na de zojuist genoemde brief van 24 maart 2010, wordt van de bankrekening van Stichting [bedrijf 14] € 10.000,00 overgemaakt naar [medeverdachte 3] . [284]
derhalvetotaal
€ 326.000,--) bijgeschreven op de bankrekening van de Stichting. Dit geld is afkomstig uit de inleg van [bedrijf 10] . Uiteindelijk wordt op 13 mei 2011 € 10.000,-- , drie keer € 249.000,-- en € 67.000,--
(derhalvetotaal
€ 824.000,--)overgemaakt naar [bedrijf 37] in verband met de aankoop van onroerend goed te [vestigingsplaats] . [296] Een totaalbedrag van € 824.000,-- is door [bedrijf 37] overgemaakt aan een Duitse notaris en Terra Domus Aachen. [297]
Ten aanzien van de [bedrijf 4] stichtingen heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij geen controle heeft uitgevoerd op waar het geld van de stichtingen voor werd gebruikt. Hij had geen zicht op de geldstromen, maar gaf wel voor alle geldleningen zijn fiat. Ook heeft [medeverdachte 6] , terwijl hij bestuurder was van de stichtingen, grote bedragen gefactureerd aan [bedrijf 4] -fondsen onder de noemer ‘advieswerkzaamheden’. [medeverdachte 6] deed dit uit een andere naam om uit de administratie niet duidelijk te laten worden dat hij een extra vergoeding kreeg. Door op voornoemde wijze te handelen kan niet gezegd worden dat [medeverdachte 6] als bestuurder van de stichtingen onafhankelijk gehandeld heeft.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
3 (zegge: drie) jaren.