Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 9] , [eiser 10] , [eiser 11] , [eiser 12] , eisers in de zaken UTR 15/4887 en UTR 15/4888, allen te [woonplaats]
(gemachtigde: P. Kamman),
de provincie Noord-Holland(gemachtigden: mr. M.H.J. van Riessen).
Procesverloop
De bezwaren van de andere eisers zijn in het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
OverwegingenMachtiging
Ook uitspraak op het beroep
Bezwaar niet-ontvankelijk
Inhoudelijk
- er geen sprake is van natuurwaarde van de houtopstanden. Tijdens de inspectie zijn geen zwaarwegende ecologische belangen waargenomen. Wel is het advies voor aanvang van de werkzaamheden een quickscan Flora & Fauna uit laten voeren;
- er sprake is van landschappelijke waarde van de houtopstanden. Alle te vellen bomen zijn typerend voor de lokale omstandigheden. Echter zij belemmeren het verbreden en verleggen van een linksafstrook voor een betere doorstroming van het openbaar vervoer.
- er is geen sprake van waarde van leefbaarheid (de voorzieningen rechter begrijpt: waarde voor de leefbaarheid) van de houtopstanden. Door gebrekkig onderhoud is de conditie van de houtopstand en over het algemeen matig is.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
Op grond van artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2010 (de Apv) is het verboden zonder omgevingsvergunning houtopstand te vellen of te doen vellen.
Op grond van artikel 4.13 van de Apv kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
a. de natuurwaarde van de houtopstand;
b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;
d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
a. waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en
b. die tevens zijn aan te merken als handelingen waarvoor een of meer van de bij of krachtens de artikelen 8 tot en met 13, eerste lid, 17 en 18 gestelde verboden gelden en ten aanzien waarvan de minister op grond van artikel 75, derde lid, bevoegd is ontheffing te verlenen.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.