Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 oktober 2015 in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. B. Vermeirssen),
Nedgoed B.V., gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel
(gemachtigde: mr. S.A.B. Boer).
Procesverloop
Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit 2014 van de gemeente Hilversum (het Mandaatbesluit) met als bijlage het bevoegdhedenregister overgelegd.
Overwegingen
- het besluit van 19 augustus 2014 is vanwege de smalle tussenruimte tussen het te realiseren gebouw en het appartementengebouw van eisers in strijd met artikel 2.5.17, eerste lid, van de Bouwverordening genomen;
- in het besluit van 19 augustus 2014 is onvoldoende vastgelegd dat de 36 kleinere appartementen uitsluitend zullen worden bewoond door studenten. Aangezien juist deze doelgroep bepalend is geweest om aansluiting te zoeken bij de norm voor kamerverhuur, is het besluit van 19 augustus 2014 onvoldoende gemotiveerd;
- uit het besluit van 19 augustus 2014 blijkt niet dat verweerder met toepassing van artikel 53, tweede lid, onder 2, van de planregels is afgeweken van de op grond van het bestemmingsplan geldende parkeernormen voor winkels. Bij een herstel van dit gebrek dient verweerder ook inzichtelijk te maken voor hoeveel m² bruto vloeroppervlakte (bvo) aan winkelruimte hij vergunning verleent en hoe dit zich verhoudt tot de eerdere situatie op de percelen.
De strijdigheid met artikel 2.5.17, eerste lid, van de Bouwverordening
a. vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn;
Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
‘Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar aan te plaatsen als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. De ontheffing kan worden verleend, indien de smalle open ruimte voldoende, bij voorbeeld door een opening in de zijgevel van het gebouw, voor onderhoud bereikbaar is. Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het tweede lid zal uiteraard ook gelet moeten worden op het bepaalde in artikel 2.5.1.’
‘Gelet op de gekozen parkeeroplossing mogen de 36 appartementen op de eerste en tweede verdieping uitsluitend in gebruik gegeven en gehouden worden ten behoeve van de huisvesting van studenten op basis van een campuscontract als bedoeld in artikel 7:274 lid 1 onder Pro c en lid 4 van het Burgerlijk Wetboek.’
De parkeerbehoefte in verband met de te realiseren winkelruimte
Op grond van artikel 53, tweede lid, onder 2, van de planregels kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde onder 1 voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 19 augustus 2014
- vernietigt de beslissing op bezwaar van 19 augustus 2014;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- verklaart het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 19 augustus 2015 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.225,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,- aan eisers te vergoeden.