ECLI:NL:RBMNE:2015:69
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging WW-boete wegens schending inlichtingenverplichting
Eiser is per 1 augustus 2012 werkloos geraakt en ontving een WW-uitkering voor 40 uur per week. Hij meldde een wijziging van de ingangsdatum van zijn dienstbetrekking bij een IT-bedrijf als 1 februari 2013, terwijl hij feitelijk al per 1 januari 2013 in dienst trad. Dit leidde tot een onterecht ontvangen uitkering van € 3.369,71.
Verweerder legde op grond van artikel 25 WW Pro een bestuurlijke boete op van 75% van het benadelingsbedrag, afgerond op € 2.530,-, wegens schending van de inlichtingenverplichting. Eiser voerde aan dat hij de wijziging wel had gemeld, maar dit niet bevestigd kreeg en dat technische storingen mogelijk een rol speelden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij de wijziging daadwerkelijk en tijdig had doorgegeven en dat technische storingen niet aannemelijk waren gemaakt als oorzaak. De schending van de inlichtingenverplichting werd zowel subjectief als objectief aan eiser verweten.
De rechtbank toetste de evenredigheid van de boete aan de hand van jurisprudentie en wetgeving en concludeerde dat de overtreding ernstig was en sprake was van grove schuld. Eiser had geen concrete omstandigheden aangevoerd die een lagere boete rechtvaardigden. De boete van € 2.530,- werd passend geacht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de WW-boete wordt ongegrond verklaard en de boete van € 2.530,- wordt bevestigd.