Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2015 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
- geen van de betalingen die is verricht aansluit op het factuurbedrag;
- uit de betalingsomschrijvingen en de hoogte van de betalingen niet is af te leiden welke factuur is voldaan;
- de voorschotbetalingen steeds nagenoeg in het geheel vooraf aan Me-Care werden overgemaakt, terwijl de zorg dient te worden geleverd naar gelang de zorgbehoefte en niet op basis van het pgb-voorschot;
- de activiteiten zoals beschreven in het zorgplan aanleiding geven tot ernstige twijfel of die activiteiten kunnen worden aangemerkt als kwalitatief verantwoorde zorg in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en het Besluit zorgaanspraken AWBZ (Bza). De kosten voor bijvoorbeeld administratie, bewindvoering, huisvesting, maaltijdvoorziening en huishoudelijke hulp mogen niet uit het pgb worden betaald;
- het totaalbedrag van de facturen over de periode juni 2013 tot en met juni 2014 afwijkt van het totaalbedrag dat volgens de bankafschriften in deze periode is verricht;
- de facturering op basis van een planning lijkt plaats te vinden in plaats van op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde uren zorg.
- kosten worden gedeclareerd op basis van de indicatie en niet op basis van de zorg die feitelijk is geleverd;
- de zorgfuncties persoonlijke verzorging en tijdelijk verblijf worden in rekening gebracht, terwijl deze zorg niet geleverd is;
- Me-Care brengt kosten in rekening conform het bruto pgb waardoor de budgethouder niet in aanmerking komt op een ‘vrij besteedbaar bedrag’ (verantwoordingsvrije bedrag);
- Me-Care laat de budgethouders van tevoren betalen. Dit moet echter betaald worden nadat de budgethouder een rekening heeft ontvangen van de geleverde zorg;
- in de nota wordt niet vermeld hoeveel uren/dagdelen zorg is verleend per zorgfunctie en tegen welk uurtarief/dagdeeltarief wordt gehanteerd per zorgfunctie;
- de naam van degene die de zorg heeft geleverd of de budgethouder heeft begeleid ontbreekt;
- verweerder nog geen kopie van de beschikking van de rechtbank ontvangen met betrekking tot de budgethouders die onder bewindvoering zijn gesteld.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45, - aan eiseres te vergoeden; en
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.470, -.