ECLI:NL:RBMNE:2015:2127
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- K.J. Veenstra
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking lumpsum bijdrage ICIN Netherlands Heart Institute
De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen heeft het ICIN Netherlands Heart Institute bij brief van 23 oktober 2013 geïnformeerd dat de lumpsum bijdrage per 1 januari 2015 wordt beëindigd. Hiertegen maakten het ICIN en enkele medewerkers bezwaar, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard. Het ICIN stelde beroep in tegen dit besluit.
Naar aanleiding van een beschikking van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft verweerder zowel de brief van 23 oktober 2013 als het besluit op bezwaar ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat het ICIN hierdoor geen belang meer heeft bij het beroep tegen het bestreden besluit, omdat met de intrekking volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren.
De rechtbank constateert dat geen beroep van rechtswege is ontstaan tegen het intrekkingsbesluit en dat het beroep tegen het bestreden besluit niet langer ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, mede omdat verweerder reeds volledige vergoeding van proceskosten heeft toegezegd.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 13 maart 2015 en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na intrekking van het bestreden besluit.