Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2013 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Veenendaal, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift aan met ingang van de dag na die waarop het bessluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Op grond van artikel 6:17 van Pro de Awb zendt, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde.
Op grond van het derde lid van dit artikel, voor zover hier relevant, beslist het bestuursorgaan op het verzoek bij de beslissing op bezwaar.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 oktober 2013, voor zover daarin niet is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding;
- bepaalt dat verweerder de proceskosten van eiseres in de bezwaarfase dient te vergoeden tot een bedrag van € 243,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de beroepsfase tot een bedrag van € 243,50;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 44,- aan haar vergoedt.