Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 december 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij het Bouwbesluit 2012;
b. de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel
van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij de bouwverordening;
c. de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan; d. het uiterlijk of plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend.
Ook hetgeen eisers hebben aangevoerd met betrekking tot de rooilijnen geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder de omgevingsvergunning had moeten weigeren. Eisers hebben de gestelde overschrijding van de rooilijn(en) op geen enkele wijze onderbouwd. Het had op zijn minst op de weg van eisers gelegen om aan te geven met welke bepalingen van de Bouwverordening er strijd bestaat. Een vermeende omissie in het bestemmingsplan, wat daar ook van zij, kan in deze procedure niet aan de orde komen; bij de toetsing van een aanvraag om omgevingsvergunning is het bestemmingsplan zoals dat rechtskracht heeft gekregen immers bepalend. Ook het beroep van eisers op het gelijkheidsbeginsel in relatie tot het al dan niet handhaven van de openbaarheid van het [adres 3] valt buiten het kader van deze procedure.