Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Eerdere sepotsis reeds geoordeeld dat een sepot van een aangifte, waarvan het onderliggende feit later onderdeel uitmaakt van een ander strafbaar feit met een ander beschermd belang, dit sepot niet aan de vervolging ter zake van dat nieuwe, andere strafbare feit, in de weg staat.
Ten aanzien van de vermeende vernieling van het bouwzeil en van de voordeur overweegt de rechtbank voorts dat er door de politie geen schade aan de ophanghaak van het bouwzeil en ook geen schade aan de voordeur is geconstateerd. Naar het oordeel van de rechtbank was er voor [medeverdachte], nu hij niet heeft gezien dat de vermeende vernielingen van het bouwzeil en de voordeur hebben plaatsgevonden en niet is gebleken van enige schade, geen gerechtvaardigde grond om aangifte te doen.
Ten aanzien van de vermeende vernieling van het fietsenrek overweegt de rechtbank voorts dat [medeverdachte] kennelijk enkel op grond van het feit dat [slachtoffer 1] niet blij zou zijn met het fietsenrek, het vermoeden ontleende dat [slachtoffer 1] het fietsenrek omver had getrokken. Het enkele feit dat iemand niet blij is met een fietsenrek, geeft naar het oordeel van de rechtbank niet een gerechtvaardigd vertrouwen dat diegene het fietsenrek ook heeft vernield, laat staan dat dit, zonder enkele nadere motivering of onderbouwing, een reden is om aangifte jegens die persoon te doen.
)van [medeverdachte] aan de gemeente Utrecht respectievelijk de belastingdienst
.In die brieven insinueert [medeverdachte] dat wij in overtreding zijn omdat “wij geen melding aan huis hebben gedaan” voor detailhandelsactiviteiten. Dit betreft echter in werkelijkheid hobbymatige activiteiten welke verband houden met het verzamelen van een vintage wandmeubelsysteem. [medeverdachte] beschuldigt ons er verder van dat wij geen onttrekkingsvergunning hebben aangevraagd voor deze activiteiten, dat wij de veiligheid in de woning in gevaar zouden brengen door de opgeslagen grote hoeveelheden brandbaar materiaal, dat wij door het mogelijk overschrijden van de vloerbelasting eveneens de veiligheid van zijn woning in gevaar brengen, dat wij voor de opslag een loods aan de zijkant van onze woning geplaatst hebben, dat wij geen vergunning zouden hebben voor de aan de zijkant van onze woning geplaatste schuur. Voorts insinueert [medeverdachte] dat wij arbeidsongeschikt zijn en middels deze activiteiten steunfraude zouden plegen, dat hij geconstateerd heeft dat deze activiteiten niet bekend zijn bij de K.v.K en daarmee de activiteiten als “illegaal” bestempelt, en [medeverdachte] stelt verder dat de activiteiten daarmee waarschijnlijk niet bij de Fiscus bekend zijn en insinueert daarmee dat hier sprake zou zijn van belastingontduiking /zwart werken. [59]
“Bij belaging wordt iemand opzettelijk door een ander herhaaldelijk lastig gevallen en wordt daardoor een inbreuk gemaakt op iemands persoonlijke levenssfeer. Dit kan door een en dezelfde activiteit, maar ook door middel van een variëteit aan gedragingen, zoals bijvoorbeeld het op straat achtervolgen, bedreigingen uiten, telefonisch of schriftelijk ongewenst benaderen, voor de woning of werkplek posten, het ongewenst bestellen van goederen en diensten op naam en op rekening van de benadeelde partij, het laten bezorgen van grafkransen en het plaatsen van overlijdensadvertenties, het ongevraagd geven van opdrachten op naam van de benadeelde partij, het verspreiden van valse geruchten over het benadeelde partij, het bekladden van de woning, het beschadigen, vernielen of verplaatsen van goederen, het onder valse voorwendselen informatie inwinnen bij instanties over het benadeelde partij, het telkenmale nodeloos aanspannen van gerechtelijke procedures etc. De gedragingen behoeven zich niet louter tot de benadeelde partij uit te strekken, ook familieleden, de werkgever, collega’s, vrienden en kennissen kunnen door de belager worden geterroriseerd. Als gevolg van de diepgaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt de benadeelde partij vaak bang of onzeker. Een normaal functioneren is in veel gevallen onmogelijk. De benadeelde partij kan zich genoodzaakt voelen een geheim telefoonnummer te nemen, zich niet onbeschermd op straat te begeven, op het werk voorzieningen te treffen, buren en anderen in te schakelen om alert te zijn etc. Veel slachtoffers voelen zich gevangene in eigen huis.”
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
- een taakstraf van 150 uren, met bevel, voor het geval dat als verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
100 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.
3 maanden.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 1.384,87.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 2.584,09.