Eiser, werkzaam bij de gemeente Utrecht, werd ontslagen na een onderzoek door bedrijfsrecherche naar zijn integriteit in een vastgoedproject. Het onderzoek concludeerde dat eiser zich schuldig maakte aan ernstig plichtsverzuim, waaronder bevoordeling van een aannemersbedrijf en het verstrekken van onjuiste informatie.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en objectief was uitgevoerd en dat eiser gehouden kon worden aan zijn verklaringen tijdens het onderzoek. De gedragingen van eiser werden als zeer ernstig plichtsverzuim aangemerkt en hem volledig toegerekend.
Eiser voerde onder meer aan dat hij geïntimideerd was tijdens het onderzoek en dat de zorgplicht van de gemeente was geschonden, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank achtte het ontslag niet onevenredig gezien de ernst van het plichtsverzuim en de schending van vertrouwen.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waarmee het ontslag definitief werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 25 augustus 2014.