ECLI:NL:RBMNE:2014:3435
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging noodopvang wegens gebrek aan procesbelang
Eiser, een niet-Nederlandse zonder verblijfsvergunning, verbleef sinds 2011 in noodopvang die per 19 juni 2013 werd beëindigd wegens overtreding van huisregels. Eiser zit sinds juni 2013 in voorlopige hechtenis en is nog steeds gedetineerd. Hij stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om het bezwaar tegen de beëindiging niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank overwoog dat het primaire geschil betrof of het besluit van de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht als besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt en of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser voldoende procesbelang had, gelet op zijn detentiesituatie.
Eiser stelde belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling om na vrijlating opvang te verkrijgen. Verweerder betoogde dat dit belang onzeker en toekomstig is, mede gezien mogelijke vreemdelingenrechtelijke detentie en onduidelijkheid over de verantwoordelijke gemeente voor opvang.
De rechtbank oordeelde dat het beoogde resultaat van opvang pas feitelijke betekenis kan hebben als eiser vrij is en geen opvang heeft. Nu eiser onderdak heeft in detentie en onduidelijk is wanneer hij vrijkomt, ontbrak procesbelang. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van noodopvang wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.