ECLI:NL:RBMNE:2014:3391
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fictieve opzegtermijn bij samenloop WW- en WIA-uitkering
Eiser ontving een WIA-uitkering en werkte daarnaast in passende werkzaamheden bij zijn werkgever. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd per 19 januari 2013 met een beëindigingsvergoeding. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, waarbij verweerder een fictieve opzegtermijn toepaste waardoor de WW-uitkering pas vanaf 3 juli 2013 inging.
Eiser stelde dat de WW-uitkering vanaf 19 januari 2013 had moeten ingaan, omdat de werkgever geen loon meer verschuldigd was na afloop van de loondoorbetalingsperiode. De rechtbank stelde vast dat eiser na 19 januari 2013 geen arbeid meer verrichtte, maar dat de oorzaak daarvan bij de werkgever lag en dat eiser aanspraak had op loon over die periode.
De rechtbank concludeerde dat de fictieve opzegtermijn van vier maanden terecht werd gehanteerd en dat de ingangsdatum van de WW-uitkering correct was vastgesteld op 3 juli 2013. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de ingangsdatum van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.