Uitspraak
1.[eiser],
[eiseres],
1.[gedaagde 1],
mr. J.M. SCHAEFFER,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Midden-Nederland
Erflaatster, overleden in 2012, had bij testament van 1 augustus 2011 haar kinderen [eiser] en [eiseres] onterfd, hetgeen tot een geschil leidde. Eisers stelden dat erflaatster leed aan ernstige vasculaire dementie en daardoor niet wilsbekwaam was bij het opmaken van het testament. De notaris had geen adequaat onderzoek gedaan naar haar wilsbekwaamheid.
Gedaagden betwistten de diagnose en stelden dat erflaatster de gevolgen van haar testament begreep en bewust had gekozen voor onterving vanwege vertrouwensverlies. De rechtbank nam verklaringen van kleinkinderen, een specialist ouderengeneeskunde en een neuroloog in overweging, die wezen op ernstige cognitieve beperkingen en dementie rond de testamentdatum.
De rechtbank oordeelde dat erflaatster door haar geestelijke stoornis niet in staat was tot een redelijke waardering van de belangen bij het testament en dat de notaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar wilsbekwaamheid. Hierdoor ontbrak een met het testament overeenstemmende wil, waardoor het testament nietig is verklaard. De primaire vordering van eisers werd toegewezen, uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen, en proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Het testament van 1 augustus 2011 is nietig verklaard wegens gebrek aan wilsbekwaamheid van erflaatster.