Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep van eiseres niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van eiser ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres had toevoegingen gekregen voor beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel en een verzoek om voorlopige voorziening. Verweerder stelde een vergoeding vast voor de verleende rechtsbijstand, waarbij toepassing werd gegeven aan artikel 11 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr) wegens samenhang tussen de procedures.
Eiser voerde aan dat de hoofdzaak niet ter zitting was behandeld, omdat de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:86 Awb Pro gelijktijdig uitspraak deed, en dat daarom geen sprake kon zijn van samenhangende zaken volgens de letter van artikel 11 Bvr Pro. Verweerder verwees naar de parlementaire geschiedenis en de strekking van de regeling, die samenhang ook toelaat bij verknochte procedures zonder aparte zitting.
De rechtbank concludeerde dat de samenhang tussen de voorlopige voorziening en de hoofdzaak wel degelijk aanwezig is en dat toepassing van artikel 11 Bvr Pro correct was. De vergoeding is terecht vastgesteld, het beroep van eiser is ongegrond en het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vergoeding voor rechtsbijstand terecht is vastgesteld op basis van samenhangende procedures en verklaart het beroep van eiser ongegrond.