ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1783
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Koster
- M. Ferschtman
- M. Stoové
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel na overval met geweld
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 26 april 2013 de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die in een eerdere strafzaak was veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen samen. De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €20.000, maar de rechtbank stelde dit bedrag vast op €42.651,40, gebaseerd op 20% van de totale waarde van de tijdens de overval weggenomen sieraden.
De verdediging betwistte de schatting en stelde dat het voordeel moest worden berekend op basis van 20% van de netto inkoopwaarde van de sieraden, wat zou leiden tot een lager bedrag. Ook werd aangevoerd dat veroordeelde geen direct voordeel had genoten en zijn financiële situatie beperkt was. De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat de berekening op de totale waarde van de sieraden in het criminele helercircuit juist was.
De rechtbank constateerde dat uit het dossier niet blijkt hoe de buit onder veroordeelde en zijn mededaders is verdeeld, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het volledige bedrag. Daarnaast werd een reeds toegewezen schadevergoeding van €7.500 in mindering gebracht op het te betalen bedrag, mits dit bedrag aan de benadeelde partij of de Staat is voldaan.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op om €42.651,40 aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de Staat, met hoofdelijkheid tussen veroordeelde en zijn mededaders. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Koster en rechters Ferschtman en Stoové, waarbij laatstgenoemden het vonnis niet medeondertekenden.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €42.651,40 aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de Staat, met hoofdelijkheid tussen mededaders.