ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9460
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst telefoonabonnementen met geschil over cessie en toepasselijkheid Wet Consumentenkrediet
De zaak betreft een vordering van Intrum tegen de gedaagde tot betaling van openstaande bedragen uit hoofde van twee telefoonabonnementen met een minimale duur van 24 maanden, waarbij tevens telefoontoestellen zijn verstrekt. De gedaagde betwist de vordering onder meer met het verweer dat de vordering niet is gecedeerd, dat de abonnementen niet zijn afgesloten, en dat de overeenkomsten vernietigbaar zijn wegens niet-naleving van de Wet Consumentenkrediet (Wck).
De rechtbank oordeelt dat het verweer tegen de cessie te laat is ingebracht en daarom niet ontvankelijk is. Het verweer dat de abonnementen niet tot stand zijn gekomen faalt omdat de betalingsverplichting duidelijk is en de gedaagde de telefoons heeft behouden, wat onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De overeenkomsten worden aangemerkt als koop op afbetaling en vallen onder de oude Wck. Hoewel niet aan alle formele eisen van de Wck is voldaan, leidt dit niet tot vernietigbaarheid van de overeenkomsten.
Vodafone heeft de overeenkomst onrechtmatig buitengerechtelijk ontbonden, waardoor zij in schuldeisersverzuim verkeert. Daarom kan alleen betaling van de abonnementskosten tot het moment van ontbinding worden toegewezen. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 381,77 met wettelijke rente en proceskosten van € 309,17, en wijst het meer gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 381,77 met wettelijke rente en proceskosten van € 309,17.