ECLI:NL:RBMNE:2013:7325
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte voor medeplichtigheid aan moord op sportschoolhouder uit Almere
Op 13 september 2011 werd het slachtoffer, een sportschoolhouder uit Almere, doodgeschoten met een vuurwapen. Uit forensisch onderzoek bleek dat het slachtoffer meerdere schotwonden had, waaronder drie in het hoofd. Het vuurwapen werd later in het water aangetroffen en gekoppeld aan de hulzen op de plaats delict.
De officier van justitie beschuldigde verdachte van medeplichtigheid aan moord, onderbouwd met verklaringen van medeverdachten, forensisch bewijs en telecomgegevens. De verdediging ontkende elke betrokkenheid en betwistte de betrouwbaarheid van cruciale getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van een sleutelgetuige, die niet kon worden ondervraagd vanwege haar zwijgrecht, niet als bewijs konden worden gebruikt conform het Vidgen-arrest van het EHRM. Daarnaast ontbrak ander overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij het misdrijf.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de strafzaak niet tot een veroordeling leidde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen of medeplichtigheid aan moord.