Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
7 oktober 2013 op de aanvraag een beslissing moet nemen.
isaangewezen. Uit artikel 6.4 van het Bor volgt dat een adviseur wordt aangewezen ingeval sprake is van substantiële ingrepen aan het beschermd monument.
isaangewezen.
22 februari 2013 van mening was dat hij nog steeds onvoldoende gegevens had om de aanvraag te beoordelen, had hij de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen. Dit heeft hij niet gedaan. Dat verweerder eiser toch nog in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag nader aan te vullen, uit coulance zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven, maakt niet dat de beslistermijn hierdoor telkens (verder) werd opgeschort. De voorzieningenrechter deelt dan ook niet het standpunt van verweerder dat de beslistermijn was opgeschort tot
3 mei 2013, de datum waarop de werkbeschrijving door eiser aan verweerder is toegezonden. De enkele omstandigheid dat verweerder van mening was dat nadere stukken nodig waren om tot een juiste beoordeling te kunnen komen van de ingediende aanvraag, behoefde verweerder verder niet te weerhouden om tijdig een adviseur aan te wijzen. Dit geldt temeer, nu verweerder ter zitting heeft aangevoerd dat van meet af aan duidelijk was dat hier de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd diende te worden. Bovendien had verweerder de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen, van welke mogelijkheid hij echter geen gebruik heeft gemaakt.