ECLI:NL:RBMID:2012:BY4560
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens twijfel aan goede trouw schuldenaar
De rechtbank Middelburg heeft op 19 september 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarin de curator van vier failliete vennootschappen verzocht de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro. De curator stelde dat de schuldenaar aansprakelijk was voor een boedeltekort van ruim vijf miljoen euro en onrechtmatige handelingen had verricht, waaronder paulianeuze transacties die familieleden bevoordeelden.
De schuldenaar betwistte de vorderingen en stelde te goeder trouw te hebben gehandeld, zonder oogmerk om vermogensbestanddelen te onttrekken. Tijdens de toelatingszitting tot de schuldsaneringsregeling had de schuldenaar echter niets gemeld over het lopende onderzoek van de curator en het verhoor bij de rechter-commissaris. De rechtbank oordeelde dat dit gebrek aan openheid de goede trouw van de schuldenaar ernstig in twijfel trekt.
De rechtbank benadrukte dat een uitvoerig onderzoek naar de juistheid van de curator's beschuldigingen niet aan de orde was in de toelatingsprocedure, maar dat zolang het onderzoek niet was afgerond, dit risico voor rekening van de schuldenaar kwam. Gezien de ernst en omvang van de verwijten, en het niet aannemelijk maken van goede trouw, werd de schuldsaneringsregeling beëindigd en werd de schuldenaar bij verstek in staat van faillissement gesteld.
De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en curator voor het faillissement en bepaalde dat de verdere behandeling van de faillissementszaken bij de rechtbank Breda zou plaatsvinden. Tevens werden nadere procesafspraken gemaakt over de communicatie en publicaties rondom de zaak.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van de schuldenaar wordt beëindigd wegens twijfel aan zijn goede trouw en hij wordt in staat van faillissement gesteld.