ECLI:NL:RBMID:2012:BX4062
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken bezwaar wegens onvoldoende motivering WOZ-waarde woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerende-zaakbelastingen 2011. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van €636.000 in de uitspraken op bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de motivering van deze uitspraken onvoldoende is omdat de heffingsambtenaar niet duidelijk heeft gemaakt hoe de waarde is afgeleid uit de verkoopprijzen van referentieobjecten.
De rechtbank stelt dat de motiveringsplicht op grond van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vereist dat de heffingsambtenaar de vergelijkbaarheid van referentieobjecten en de wijze van waardebepaling duidelijk moet onderbouwen. De enkele bewering dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, voldoet niet. Daarom worden de uitspraken op bezwaar vernietigd.
Desondanks acht de rechtbank de vastgestelde waarde van de woning niet te hoog, mede gelet op de taxatiematrix en vergelijkbare referentieobjecten, waaronder een buurpand. De rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraken blijven daarom in stand. Een verzoek om een dwangsom wegens het niet verstrekken van gegevens wordt buiten beschouwing gelaten omdat het niet tot het geschil behoort.
De rechtbank wijst proceskosten toe aan belanghebbende voor het betaalde griffierecht. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Uitspraken op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende motivering, rechtsgevolgen blijven in stand.