ECLI:NL:RBMID:2011:BQ4806
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.I. Sinack
- I. Dijkman
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en heffingsgrondslag voor verpleeg- en verzorgingstehuis
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een gecombineerd verpleeg- en verzorgingstehuis vast en legde op basis daarvan aanslagen onroerende-zaakbelasting (OZB) op. Eiseres betwistte dat bij de heffing geen rekening is gehouden met het aandeel van het pand dat als woning dient, zoals bedoeld in artikel 220 e van de Gemeentewet.
De rechtbank stelde vast dat alle bewoners geïndiceerd zijn voor 'zorg met verblijf' en dat de zorg en verpleging zo overheersend zijn dat de woonfunctie daarin opgaat. De individuele wooneenheden zijn weliswaar afsluitbaar, maar altijd toegankelijk voor zorgverleners. Gemeenschappelijke ruimten en overige woondoeleinden maken ook deel uit van het object.
Eiseres voerde aan dat 65% van het pand als woondeel moet worden aangemerkt en daarom buiten de heffingsgrondslag moet blijven, onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad. Verweerder stelde dat de zorgfunctie centraal staat en dat er geen delen zijn die hoofdzakelijk als woning dienen.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de volledige WOZ-waarde als maatstaf voor de OZB-heffing geldt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en OZB-heffing wordt ongegrond verklaard.