ECLI:NL:RBMID:2005:AT4283
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- J.P.M. Hopmans
- B.J. Duinhof
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak exploitant peuterspeelzaal na dodelijk ongeval door beklemmingsgevaar speeltoestel
De rechtbank Middelburg behandelde de zaak tegen de exploitant van peuterspeelzaal “de Polderrakkertjes” naar aanleiding van een dodelijk ongeval waarbij een kind stikte door beklemming aan een speeltoestel. Verdachte werd verweten dat het speelhuisje en de loopklossen bestemd waren voor kinderen ouder dan 36 maanden en dat er onvoldoende toezicht was gehouden.
De rechtbank onderzocht de toepasselijke wettelijke normen, waaronder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WWAS). Zij concludeerde dat de relevante normen grotendeels in het Engels zijn gesteld en geen directe bindende kracht hebben in Nederland. Ook was niet vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van het beklemmingsgevaar of dat zij tekort was geschoten in haar zorgplicht.
Verder bleek uit het dossier dat het speelhuisje regelmatig werd geïnspecteerd en dat het beklemmingsgevaar niet bekend was bij de organisatie of externe inspecteurs. Het toezicht was georganiseerd volgens subsidievoorwaarden en de leidsters hadden zicht op het speelhuis. De opstelling van het speelhuis was niet onzorgvuldig.
De rechtbank oordeelde dat het beklemmingsgevaar weliswaar bestond, maar dat verdachte daarvoor niet verwijtbaar was. Evenmin was sprake van onvoldoende toezicht of van een causaal verband met leeftijdsgrenzen voor het speelgoed. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van verwijtbaarheid en onduidelijke wettelijke normen omtrent het beklemmingsgevaar en toezicht.