ECLI:NL:RBMAA:2012:BX9399
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F.W. Huinen
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en nalatenschap na doodslag dochter
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben een dochter die in 2006 door eiseres is gedood. De echtscheiding is uitgesproken in 2008, met opdracht tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Eiseres vordert betaling en toedeling van diverse goederen en bedragen, waaronder hypotheekbetalingen, spaargeld, kinderbijslag, loon, onkosten, en voertuigen.
De rechtbank stelt de peildatum voor de huwelijksgoederengemeenschap vast op 18 februari 2008 en beoordeelt de vorderingen op basis van bewijs en stellingen. Diverse vorderingen worden toegewezen, zoals de helft van hypotheekbetalingen en spaargeld, terwijl andere worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of bijzondere omstandigheden, zoals advocaatkosten gerelateerd aan strafzaak.
Betreffende de nalatenschap van de overleden dochter oordeelt de rechtbank dat eiseres niet onwaardig is om te erven, omdat zij niet onherroepelijk is veroordeeld en het feit is gepleegd onder een psychotische stoornis. De rechtbank wijkt af van de hoofdregel van verdeling bij helfte wegens bijzondere omstandigheden en wijst toedeling van goederen uit de nalatenschap aan eiseres af.
De vordering tot terugbrengen van de urn wordt afgewezen, hoewel het wegnemen en verstrooien zonder toestemming als wederrechtelijk wordt beschouwd. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van een bedrag van €29.172,95 vermeerderd met wettelijke rente en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €29.172,95 vermeerderd met wettelijke rente en de verdeling wijkt af van gelijke verdeling wegens bijzondere omstandigheden.