Uitspraak
RECHTBANK MAASTRICHT
eiser, verder te noemen “de man”,
advocaat mr. I.F.H. Nelissen (toevoeging aangevraagd);
gedaagde, verder te noemen “de vrouw”,
advocaat mr. A.J.J. Kreutzkamp (toevoeging aangevraagd).
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
NJ1984/145).
in ieder gevalmet [partner] samenwoonde, vanwege het gegeven dat de observaties die aan het rechercherapport ten grondslag liggen zien op de periode vanaf 1 december 2011; mede gelet hierop valt allerminst uit te sluiten dat de vrouw reeds in een (veel) eerder stadium met [partner] samenwoonde als waren zij gehuwd.