ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6232
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding termijn machtigingsverzoek Wet Bopz
Verzoeker, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging Wet Bopz, vordert schadevergoeding wegens het niet tijdig indienen van een verzoek tot verlenging van deze machtiging door de officier van justitie. De overschrijding van de termijn in artikel 17 lid 1 Wet Pro Bopz zou volgens verzoeker extra spanning en frustraties hebben veroorzaakt.
De rechtbank stelt vast dat de wet geen sanctie verbindt aan het niet tijdig indienen van het verzoek en dat het verblijf op grond van de voorafgaande machtiging wordt voortgezet zolang de rechter het onderzoek verricht. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door de termijnoverschrijding zodanige extra spanningen heeft ondervonden dat een schadevergoeding op zijn plaats is.
De rechtbank overweegt dat de spanning die verzoeker ervoer niet direct voortvloeit uit de termijnoverschrijding, maar uit onzekerheid over zijn verblijf en een incident met de verpleging. De constatering dat de officier van justitie de termijn heeft geschonden wordt als voldoende genoegdoening beschouwd.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de termijn voor het machtigingsverzoek wordt afgewezen.