ECLI:NL:RBMAA:2010:BO2897
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en handhaving tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
Op 19 oktober 2010 legde de burgemeester van Maastricht een tijdelijk huisverbod op aan verzoeker wegens een ernstige dreiging van huiselijk geweld. Verzoeker stelde dat het besluit uitsluitend gebaseerd was op de verklaring van belanghebbende en dat hij niet gehoord was, en verzocht om schorsing van het huisverbod. De burgemeester voerde aan dat het huisverbod gebaseerd was op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG), ingevuld door de hulpofficier van justitie, waarbij meerdere bronnen waren geraadpleegd en verzoeker mondeling was geïnformeerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen belang meer had bij voorlopige voorziening omdat hij het huisverbod had overtreden door weer in de woning te verblijven. Verder was vastgesteld dat verzoeker wel degelijk gehoord was en dat het huisverbod niet alleen op de verklaring van belanghebbende was gebaseerd. De wijze van bekendmaking van het huisverbod aan verzoeker was rechtsgeldig, namelijk mondeling medegedeeld en schriftelijk bij fouillering overhandigd.
De rechtbank verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond. Tevens merkte de voorzieningenrechter op dat de overtreding van het huisverbod door verzoeker mogelijk gevolgen kan hebben voor verlenging van het verbod door de burgemeester.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en beroep tegen huisverbod ongegrond verklaard.