ECLI:NL:RBMAA:2010:BO0326
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijf minderjarige en vaststelling omgangsregeling in het belang van het kind
De vader verzoekt wijziging van het hoofdverblijf van de minderjarige naar zijn woonplaats en een omgangsregeling voor de moeder. De moeder betwist dat wijziging in het belang van het kind is en wijst op angsten en sociale problemen van de minderjarige. De rechtbank weegt het belang van het kind af, erkent de wens van de minderjarige om bij de vader te wonen, maar constateert onzekerheid over de diepte van die wens.
De rechtbank hoort de minderjarige zelf, die aangeeft graag te willen verhuizen zonder de gevolgen volledig te overzien. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert geen onderzoek te doen vanwege de noodzaak van snelle duidelijkheid. De rechtbank benadrukt dat beide ouders goede verzorgers zijn en dat de afstand tussen woonplaatsen niet onoverkomelijk is.
De moeder krijgt een ruime omgangsregeling en de rechtbank oordeelt dat de verhuizing geen onoverkomelijke schade zal veroorzaken, mede doordat de vader bereid is mee te werken aan terugkeer indien nodig. De beschikking bepaalt dat het hoofdverblijf bij de vader komt en regelt de omgangsregeling voor de moeder, met behoud van haal- en brengfaciliteiten zoals voorheen.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige wordt gewijzigd naar de vader en er wordt een omgangsregeling vastgesteld voor de moeder.