ECLI:NL:RBMAA:2010:BL2297
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gesloten jeugdzorg wegens onvoldoende recente gedragswetenschappelijke onderbouwing
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek van de raad voor de kinderbescherming om een machtiging voor gesloten jeugdzorg voor een minderjarige. De raad had reeds een voorlopige machtiging gekregen op basis van een verklaring van een gedragswetenschapper, maar deze verklaring was niet recent en de gedragswetenschapper had de minderjarige niet gesproken sinds de plaatsing.
Tijdens de zitting bleek dat het onderzoek van de raad nog niet was afgerond en dat de gedragswetenschapper geen nieuwe beoordeling had gemaakt. De kinderrechter benadrukte dat bij een verlenging van een vrijheidsbenemende maatregel recente informatie noodzakelijk is, zeker gezien de eerdere twijfel over de geschiktheid van gesloten jeugdzorg.
De raad en bureau jeugdzorg gaven aan dat de feestdagen het onderzoek bemoeilijkten, maar de rechter vond dat zij voldoende menskracht hadden moeten inzetten om tijdig een onderbouwing te leveren. De thuissituatie was verbeterd, de moeder stond open voor intensieve begeleiding en de minderjarige wilde terug naar huis en school.
Gezien het ontbreken van actuele gedragswetenschappelijke gegevens en de verbeterde thuissituatie, oordeelde de kinderrechter dat voortzetting van gesloten jeugdzorg niet noodzakelijk was. De machtiging tot gesloten plaatsing werd met onmiddellijke ingang beëindigd en het verzoek tot verlenging afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten jeugdzorg is met onmiddellijke ingang beëindigd wegens het ontbreken van recente gedragswetenschappelijke onderbouwing.